Ghislain, kaartenlezer in de Kortrijkse weefindustrie

September 6, 2018

 

Ghislain was 13 - "met de korte broek aan" - toen hij de stiel van kaartenlezer leerde. Elke avond na school ging hij oefenen in een Kortrijks atelier, opdat hij op zijn 14e verjaardag - de minimumleeftijd om te werken - meteen aan de slag kon. Als kaartenlezer, ofte liseur de dessin zoals het vak doorgaans werd genoemd, interpreteerde Ghislain het ontwerp van een tapijt om het vervolgens om te zetten in een weefpatroon, dat werd uitgevoerd door de  weefmachine.

 

"Een beroep voor de rest van je leven!" werd Ghislain beloofd op zijn eerste werkdag, 24 november 1957. Vandaag vertelt hij het met een vleugje ironie, want de mechanisering die zich toen al aankondigde zou als een stormwind door de weefambachten waaien.

 

In Ghislain’s beginjaren als kaartenlezer werden ontwerptekeningen met de hand geschilderd. Ghislain zette het ontwerp en alle aanwijzingen (de dikte van de vezel, de kleuren van de garens, de weeftechniek en -patronen) over op een levensgroot geraamte, dat een "métier" werd genoemd. Dat gebeurde met koordjes die naar de juiste plaats moesten worden verschoven. Kaartenlezers werkten vaak thuis, rechtopstaand aan hun "métier". Het was een minutieus en tijdrovend werk - op een keer nam de tekening van één tapijt 168 uur werk in beslag. 

 

Tien jaar later zou een verdere modernisering het werk ietwat verlichten: voortaan moest de tekening worden ingegeven op een klavier (zie foto), en kon het "lezen" dus ook zittend worden uitgevoerd. Het resultaat waren kartonnen ponskaarten met gaatjes (1320 in totaal) die er volgens het patroon waren ingeslagen. In de kartonkapperij werden de kaarten aan elkaar bevestigd en klaargemaakt om in de weverijen te worden ingezet, als regisseur van het weefproces - bijna zoals een muziekkaart in een orgel.

 

In die periode volgde een eerste carrière-switch, met een nieuwe werkgever. Ghislain verkaste naar een familiebedrijf in de buurt, dat zich in de loop der jaren wist uit te breiden tot een groep van complementaire ondernemingen. Het moederbedrijf ontwikkelde weefmachines, in het bijzonder jacquardgetouwen, terwijl een dochteronderneming voor ontwerpen en patronen zorgde. Een schare aan technici werd uitgezonden naar klanten in België en over de grens, om er de weefmachines te monteren of repareren.

 

Zo belandde Ghislain in een all-round dienstenverlener van de regionale weefindustrie. En wat voor een industrie: volgens textielhistoricus Victor-Hugo De Grijse was de Belgische tapijtindustrie de tweede belangrijkste van de wereld in de tweede helft van de twintigste eeuw, na de Amerikaanse - een opmars die niet te stuiten leek. Ondanks de recentere concurrentie uit onder meer China en Turkije en de dalende vraag bij Westerse consumenten, staat de tapijtindustrie vandaag nog steeds sterk. Volgens sectorfederatie Fedustria realiseert ons land, en dan vooral de regio Zuid West-Vlaanderen, met zo’n 100 bedrijven en 8.000 werknemers een totale omzet van 1,85 miljard euro, en is het daarmee marktleider in Europa.

 

Dat succes is vooral te danken aan een sterkere specialisatie, een doorgedreven automatisering en een innovatieparcours op het gebied van producten, dienstverlening, businessmodel en logistiek. De moderne, hyperproductieve weverijen worden digitaal aangestuurd - een onoverbrugbare kloof met het “métier” en de ponskaarten van weleer. De West-Vlaamse tapijtindustrie mag dan wel marktleider zijn in Europa, de reuze-werkgever van de jaren '60 is ze al lang niet meer.

 

Ghislain schoolde zich intussen na de uren bij in het vakgebied van de "textielontleding" - hoe zit een stof in elkaar? Hoe zien de garens eruit wanneer je ze uitrafelt? Hoe reageren de draden bij het weven, afhankelijk van de kleur of dikte die wordt gekozen? Zo wist hij op te klimmen binnen het bedrijf en werd hij steeds meer betrokken in de relaties met potentiële klanten.

 

Hij schuimde textielbeurzen af in Frankfurt, Hannover, Milaan en Parijs om contacten te leggen, nieuwe klanten te overtuigen en de trends in de weefindustrie op te volgen. Eén van zijn vaste klanten was een Tunesische fabrikant van meubelstoffen en gebedstapijten - een ietwat onverwachte markt, maar van ongekende omvang. En natuurlijk moest hij ook regelmatig de voor West-Vlamingen zo nabije Franse grens over, waar steden als Roubaix en Tourcoing de vaandels van de Franse textielsector hoog hielden.

 

Na 48 jaar carrière ging Ghislain met pensioen - hij liet een onherroepelijk veranderde tapijtindustrie achter.  

 

"Ik ben heel tevreden," besluit hij zijn verhaal vandaag. "Ik heb veel gezien, veel geleerd en kan van niemand een woord kwaad spreken."

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

De kringloop loopt spaak: wie maakt het textiel van de toekomst?

November 15, 2018

Terug naar de circulaire economie: over voddenrapers en de dingen die voorbijgaan

September 18, 2018

1/11
Please reload

Alle rechten voorbehouden. Niets van de op deze website gepubliceerde gegevens mag worden verveelvoudigd, in enige vorm of op enige wijze, zonder uitdrukkelijke voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur. Contacteer crepedechine.blog@gmail.com 

  • White Twitter Icon
  • Grey Pinterest Icon