MONASTIR - Tunesië's jonge ontwerpers kiezen voor de "fins de roulaux"

 

 

 

 

Tussen Tunesië en België heeft het altijd goed geboterd. Weinigen weten het, maar een aanzienlijk deel van de Belgische textielsector produceert in het Noord-Afrikaanse land - met lingeriemerk Van de Velde wellicht als belangrijkste voorbeeld. Toen ik vier jaar geleden op de ambassade in Tunis aan het werk was, werd ik gevraagd om de aanwezigheid van Belgische ondernemers en investeringen in kaart te brengen. Het werd een lange lijst die steeds naar confectie wees, met hier en daar eens een handelaar in schroot of een IT-ondernemer. En wie tussen Brussel en Tunis pendelt, ontmoet regelmatig Vlaamse textielbonzen op het vliegtuig, die maandelijks en soms wekelijks hun fabrieken gaan bezoeken. 


Ook in Tunesië wordt onderzocht hoe de productieprocessen van stof en kleding duurzamer kunnen. Afvalwater wordt gezuiverd en waar mogelijk bespaard, zonnepanelen worden geïnstalleerd. In een land dat net zoals haar buren op het Afrikaanse continent massaal tweedehandskledij, de zogeheten "fripe", importeert, is een sterke recyclagetraditie en bijhorende industrie aanwezig. Het textiel dat Tunesiërs weggooien, van oude lakens tot kousen met gaten, wordt opgevangen door een informeel circuit. Opkopers van kledij en vodden gaan van deur tot deur en proberen waar mogelijk de opgehaalde stukken op te lappen en te retoucheren, om ze vervolgens door te verkopen in de armere regio's in het centrum en zuiden van het land. 

 

De overschotten van productie worden dan weer opgekocht door bedrijven die aan mechanische recyclage doen: daar worden de stoffen versneden en verwerkt in poetslappen of isolatiemateriaal. Toch is amper geweten hoeveel textielafval de sector produceert (bescheiden inschattingen hebben het over 3% van het gebruikte materiaal), en waar die stofresten heengaan. "Er bestaat een totaal gebrek aan cijfermateriaal," zucht Professor Ikram Zbali van het Hoger Instituut voor Mode (IS3M) in Monastir. "Er worden geen statistieken bijgehouden, noch door de sectorfederatie, noch door de bedrijven. Vaak verkopen zij de rol- en snij-overschotten door aan andere spelers, zonder goed te weten wat er nadien mee gebeurt."

 

Een goed jaar geleden begon ik samen met de non-profit vereniging IZEM te werken aan wat "Fashion Upcycling Tunisia" zou gedoopt worden. Onder begeleiding van IZEM's mode-ontwerpster Ikram Jallouli, gespecialiseerd in technieken als zero-waste, gingen laatstejaarsstudenten van IS3M tijdens het voorjaar van 2018 aan de slag met het "afval" van de textielfabrieken in de regio. Dit zijn vooral  de stukken die overblijven na het uitsnijden van patronen, stoffen die zijn afgeschreven na een productiefout of een fout in de prototypage, en natuurlijk ook de "fins de roulaux", of wat nog overschiet wanneer de stofrol aan z'n einde komt. Dit filmpje geeft enkele indrukken van het creatieve werk door de studenten. 

 

Eind april reisde ik af naar Monastir om de slotdag en eindconferentie bij te wonen van het project. Op de binnenplaats was een professionele catwalk geïnstalleerd. Studenten, professoren en technici liepen af en aan om alles op tijd klaar te krijgen. "Dit is een heel belangrijk project voor ons," benadrukte de directeur van het Instituut, die zijn zenuwen niet helemaal kon bedwingen. "We willen tonen dat het ook in Tunesië mogelijk is om professionalisme en kwaliteit te verenigen met een duurzame aanpak." Ongedurig liep hij heen en weer tussen het publiek om de verschillende bedrijfsvertegenwoordigers de hand te schudden en herhaaldelijk te bedanken voor hun komst. Onder hen ook het Belgische Alsico uit Ronse, een producent van werkkledij die onlangs een raamcontract sloot met de Stad Gent voor het leveren van ethische en duurzame kleren voor het personeel van het stad. 

 

 

Terwijl we naar de voorbijglijdende creaties keken, onder luid gejoel van de deelnemende studenten en hun vrienden, vertelde een producent me over zijn interesse in ons kleinschalige upcycling-project. "In dit land zal je amper een 'made in Tunisia'-label vinden, wij produceren allemaal voor buitenlandse merken en dus voor export. Het zijn de merken die in de belangstelling lopen en graag hun ecologische prestaties in de verf zetten. Zij verwachten dan ook inspanningen van hun Tunesische leveranciers, daar moeten wij op kunnen inspelen." 

 

Tot onze vreugde werd het project inmiddels opgepikt door het Tuniso-Belgische confectiebedrijf Demco, waar veelal jeanskledij wordt gemaakt. Zij stellen hun overschotten voortaan ter beschikking van Tunesische studenten in ontwerp en patronage, en werken mee aan de realisatie van de "Circular Denim Award". Ditmaal wordt het een nationale editie in alle uithoeken van het land. De apotheose staat gepland voor oktober 2019, wanneer in Tunis een internationale jury haar oordeel zal vellen en de eerste winnaar van het Circular Denim concours zal aanduiden. Wordt vervolgd... 

 

Meer weten over dit project? Contacteer Patrick Hamrouni, voorzitter van de vereniging IZEM.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

De kringloop loopt spaak: wie maakt het textiel van de toekomst?

November 15, 2018

Terug naar de circulaire economie: over voddenrapers en de dingen die voorbijgaan

September 18, 2018

1/11
Please reload

Alle rechten voorbehouden. Niets van de op deze website gepubliceerde gegevens mag worden verveelvoudigd, in enige vorm of op enige wijze, zonder uitdrukkelijke voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur. Contacteer crepedechine.blog@gmail.com 

  • White Twitter Icon
  • Grey Pinterest Icon