PRATO - Wie is er bang van Chinatown?

 

China's economische bloei heeft ons bang en wantrouwig gemaakt voor de Chinees om de hoek. Dat is alvast wat Antonella Ceccagno, een Italiaans sociologe en taalkundige, lijkt te beweren in haar studie van de wereldbefaamde textielstad Prato, in het hart van Toscane. In tijden waarin de-mondialisering en de zucht naar zelfbehoud lijken ingezet, kijken we met groeiend ongemak naar de handelsreus in het Oosten, die in Europese bestuursraden en fabrieksloodsen aan invloed wint. “De Chinese diaspora wordt beschouwd als een onlosmakelijk onderdeel van China's internationale politiek en strategie," stelt Ceccagno. In Prato en in grote delen van het Westen worden China's uitgestuurde zonen dan ook met argwaan bekeken. Gezonde achterdocht, of onverholen xenofobie? 

 

Prato VS Plato 

Het loopt al tegen de middag wanneer we aankomen in het behoorlijk legendarische textielwalhalla dat Prato heet – Plato, zoals de stad spottend wordt genoemd, verwijzend naar haar vele Chinese inwoners. Sara, mijn levenslustig reisgezelschap, haalt gauw haar oversized zonnebril boven, want de zon brandt een pak feller dan in het doffe Manchester dat ze deze ochtend achter zich heeft gelaten. Vrolijk haalt ze haar “frasebook” boven en oefent enkele Italiaanse zinnetjes in. Ze draagt een met plaidmotief bedrukte jurk, stoere zwartgelakte bottines en een totaal van maar liefst 9 oor- en neuspiercings, die in een oogopslag weggeven tot welke subcultuur ze behoort. Sara is modedesigner en onderzoekster aan de Metropolitan University of Manchester. Enkele jaren geleden lanceerde ze haar eigen upcycling-collectie: tijdloze stuks in indigo-blauw, gemaakt van gerecycleerd denim. De ecologische en menselijke kost van de mode-industrie ligt haar nauw aan het hart en dat is meteen ook waarom we hier zijn – op zoek naar gewillige textielproducenten die naar ons verhaal over recyclage en eco-design willen luisteren. 

 

Vergeleken bij het amper 20 km verderop gelegen Firenze is Prato een koele, zakelijke stad met Pruisische allures. In de buitenwijken schurken kubusvormige kantoorgebouwen met glanzende, geblindeerde ruiten tegen elkaar aan, en waar je ook gaat word je herinnerd aan de roeping van het ondernemerschap. Boven de oude stadswallen komen enkele rode schoorstenen piepen, de laatste overblijfselen van wat ooit de "stad van de 100 schoorstenen" moet zijn geweest. Al in de twaalfde eeuw stonden de Pratezen bekend om hun uitzonderlijke vaardigheden met naald en draad, en die ambachtelijke traditie werd later succesvol verzoend met een daverende industrialisering. In de jaren '70 voorzag Prato als onbetwiste marktleider zowat heel naoorlogs Europa van stofrollen, handtassen en modieuze kledij. Tien jaar later sloeg de plotse recessie hard toe, versterkt door een sindsdien onafgebroken delokalisering naar Azië. Zelfs het geliefde "Made in Italy"-handelsmerk bracht het er niet zonder kleerscheuren vanaf.

 

Vandaag blijft Prato een symbool van ambacht en nijverheid, maar de gouden jaren lijken voorgoed vervlogen. De stad staat tegenwoordig vooral bekend om haar Chinezen, die zich vanaf de jaren '90 met een roekeloze arbeidslust in Prato's textielindustrie hebben opgewerkt. Ze zijn er niet graag gezien. Op Tripadvisor spuwen Italianen hun gal over de verwaarloosde “Via Pistoiese” en de omliggende straatjes: “Heb je zin om Prato’s Chinatown een bezoek te brengen? Je zal er alleen maar vuiligheid en ellende vinden. Het zijn de muizen die er de plak zwaaien”. Een ander schrijft met enig gevoel voor pathos: “Hier heb ik de mensen gezien die het dichtst bij beesten aanleunen”. “Het is wel een rustige buurt,” geeft een derde reviewer ootmoedig toe, “tenminste, voor de witten – een stuk minder voor de gelen.” 

 

Credits: Stefano Casati 

Al geld wat telt 

Maar vooraleer Sara en ik het Italiaanse Chinatown induiken, wacht ons een ontmoeting met een tiental producenten uit de lokale textielindustrie. Sommigen spinnen katoen, anderen vervaardigen beddengoed, leren accessoires, mannenhemden, of technisch textiel voor de automobielindustrie. Velen werken voor familiebedrijven, waarin de fakkel van generatie op generatie werd doorgegeven. Met zelfzekere stemmen hebben ze het over de marktprijs van natuurlijke vezels als wol en katoen, over kleurstoffen en "blends" (vezelmengsels) die het recycleren bemoeilijken. De pittoreske clichés van olijfbomen, wijngaarden en cipressen zijn ver weg. Dan staat één van hen plots op en verliest zich in een driftig discours, het moet hem blijkbaar van het hart: "Laten we ophouden met zeuren over draagvlak en bewustwording. Voor wie het even vergeten was, deze stad wordt bevolkt door Chinezen. En bij hen moet je niet komen aanzetten met sprookjes over duurzaamheid en hergebruik, daar vegen ze mooi hun voeten aan. Geld is wat telt." Zijn voltallige publiek reageert met een povere schouderophaling: niets nieuws onder de zon.

 

De gesprekken kabbelen verder en een ernstig kijkende stoffenproducent legt ons uit dat in zijn fabriek twee systemen worden gehanteerd: "China" en "Wereld". "Om stoffen naar China te kunnen exporteren, betaal je niet alleen hoge taksen, maar je moet ook heel wat extra inspanningen doen om aan hun standaarden te voldoen," zegt hij. "De Chinese kwaliteitsvereisten liggen een pak hoger dan de onze, hoger dan waar ook ter wereld. Zo beschermen ze de eigen industrie én controleren ze wat er binnenkomt." - "Waarom doet Europa niet iets gelijkaardigs?," valt een kalende laboratoriumeigenaar hem bij. "Alleen als we eisen stellen aan wat wordt geïmporteerd, kunnen we zowel het afval- als het concurrentieprobleem geleidelijk oplossen. Maar het ontbreekt ons aan politieke durf, we importeren liever zo goedkoop mogelijk." 

 

Sara maakt intussen gretig aantekeningen in haar schrift. Enkele uren voor deze vergadering had ze me nog met een bezorgde, vragende frons aangekeken: "Denk je dat de gesprekken een andere wending zullen nemen als ik daar zo voor hen sta? Je weet wel..." Haar familie komt oorspronkelijk uit Hainan, ten zuiden van het Chinese vasteland, maar Sara groeide op in het multiculturele Engeland. En toch. Hoewel ze geen woord Mandarijn spreekt en er dertig levensjaren in Liverpool en Manchester heeft opzitten, lijken Sara's uiterlijk en familienaam te pas en te onpas te bepalen wie ze is, of zou moeten zijn. Maar ik stel haar lachend gerust: "Je komt uit Manchester, de stad van City en United - dat is alles wat telt voor een Italiaan." 

 

Toch blijft haar lichte gêne nazinderen. In Prato is de dreiging dubbel: zowel de producenten in China als de geëmigreerde Chinezen in Prato worden er beschouwd als de aanstichters van een moordende concurrentieslag in de textielindustrie, die de voorbije jaren duizenden jobs heeft doen sneuvelen, en zo'n 2800 familieondernemingen heeft gedwongen de boeken te sluiten. Zo’n 80% van Prato’s textielindustrie is vandaag in Chinese handen, al lijkt hun economisch gewicht in de regio sinds de financiële crisis van 2008 te zijn afgenomen.

 

De Italianen spreken van een “economia etnica”: een gesloten, parallelle industriecluster met zelfgeschreven wetten en een onwankelbare voorkeursbehandeling voor de eigen gemeenschap. Naast de verwijten van economische en geografische monopolisering, en het daaruitvolgend verlies van de lokale en "authentieke" identiteit van Toscane’s industriestad, zwellen de geruchten over Chinese witwasoperaties en al te nauwe banden met de Italiaanse maffia al jaren aan. Twee maanden geleden moest het Italiaanse filiaal van de Bank of China een boete ophoesten van 600 000 euro, wegens hun betrokkenheid bij de smokkel van zo'n 4,5 miljard euro tussen China en Italië. De textielateliers in Prato zouden een centrale rol in de affaire hebben gespeeld, via de zwendel in namaakproducten en de clandestiene aanvoer van verse arbeidskrachten, die dag en nacht zwoegen voor een erbarmelijk loontje. Vaak wonen en slapen ze in Prato's fabrieken. Het zijn de kerningrediënten van een “vuile” sector, die de Italiaanse autoriteiten met lede ogen lijken aan te zien.  

 

Who's afraid of Chinatown? 

Met die muizen en andere beesten blijkt het intussen wel mee te vallen in en rond Prato's "Via Pistoiese", waar een over 5 kilometer uitgestrekte Chinese wijk is ontstaan. Het is een wirwar van verkeer, fietsers, supermarkten, huwelijkskantoren en casino's. Pas als we komen uitblazen bij "Ravioli Liu", treffen we gemengde gezelschappen van Italianen en Chinezen aan die er samen aan de lunch zitten, omgeven door kitscherige gordijntjes met rozenmotief en de occasionele lampion. Ze nippen aan hun chrysantenthee en praten met gedempte stemmen, alsof we niet in een restaurant maar een wachtzaal zitten. 

 

"Er is niets aan te doen, de Chinezen zitten op een hoop geld waarmee ze niet weten wat doen. We maken er maar beter het beste van," verzuchtte een Italiaanse kennis toen ik hem vertelde dat ik naar Prato ging. Die pragmatische gelatenheid lijkt algemeen gedeeld in de nuchtere industriestad. "Ondanks alles, is het beter dat we proberen samen te werken," hoorde ik van een man die voor het stadsbestuur werkt.

 

Desalniettemin lijkt de angst voor "Made in China" sterk toe te nemen in de hele Westerse wereld. Volgens een onderzoek van studiebureau PEW, dat wereldwijd opinies verzamelt en onderzoekt, heeft 62% van de Italianen en 64% van de Duitsers een ronduit negatief beeld van China. Voor de Duitsers vormt dit een verdubbeling in amper zeven jaar tijd. Franse en Engelse burgers lijken China's investerings- en handelspolitiek dan weer als minder bedreigend te ervaren. In eigen land hoeven we maar terug te denken aan de slecht verteerde Eandis-episode, die zelfs de Belgische staatsveiligheid in een kramp deed schieten. Die schrik is gerechtvaardigd, beweert politiek analist en China-kenner Jonathan Holslag met de regelmaat van de klok. Hij waarschuwt voor China's economisch nationalisme - een doelbewust, strategisch manipuleren van de geglobaliseerde markten en waardeketens, ten voordele van de eigen economische en geopolitieke belangen. 

 

Toch is het onduidelijk of, en hoe, economische migratie een instrument vormt in de Chinese realpolitik. Het Chinese “Go Out”-beleid, gelanceerd in 1999, moedigt Chinese bedrijven en ondernemers aan in het buitenland te investeren, om zo de toegang tot grondstoffen te vergemakkelijken, nieuwe exportmarkten te openen en de Chinese kennis- en innovatieontwikkeling te bespoedigen. Dit beleid richt zich echter vooral op gegoede investeerders. De trek van tienduizenden textielarbeiders naar Prato is dan ook verre van overheidsgestuurd, maar eerder toevallig tot stand gekomen: “at the right place at the right time,” zo stelt de Chinese geograaf Tu Lan. Hij wijdde zijn doctoraatsstudie aan Prato en haar Chinese migranten, die vooral uit het zuidoostelijk gelegen Wenzhou afkomstig zijn. Hun migratie naar Prato vanaf de jaren ’90 viel samen met de opkomst van het Fast Fashion-model in de confectie-industrie: een snellere opvolging van nieuwe collecties, meer flexibiliteit en diversificatie in de productlijnen, lagere kwaliteitseisen, en dat alles aan duizelingwekkend lage prijzen. Vanuit Prato werd snel, goedkoop én in de nabijheid van de Europese markten geproduceerd.

 

De Chinese aanwezigheid in Prato kwam evenwel niet probleemloos tot stand. “Het zijn je regio van herkomst en het moment waarop je in Italië bent aangekomen die in grote mate bepalen welke kansen je toebedeeld krijgt. Dat leidt tot spanningen binnen de gemeenschap. En daarnaast zijn ze natuurlijk ook elkaars concurrenten,” vertelt Ceccagno. Hoewel Chinese regeringsfiguren zich eendrachtig beroepen op de 'huaqiao’ (ook wel de ‘overseas Chinese’), daarbij hun bijdrage aan de ontwikkeling van het vaderland roemend, lijkt het saamhorigheidsgevoel binnen de Chinese diaspora dus verre van vanzelfsprekend. Dat we het lot van de Chinese gemeenschappen in Europa neigen te verbinden met een politiek bestel, leidt verder ook tot op z’n minst zorgwekkende uitspraken. Toen een Chinese vader eind maart bij een politietussenkomst in zijn huis in een Parijse buitenwijk werd doodgeschoten, regende het laconieke, ronduit cynische commentaren op sociale media: “De Chinese regering vraagt uitleg aan de Fransen? En dat terwijl in eigen land de galg op volle toeren draait!". De schijnlogica is duidelijk: een Chinese Parijzenaar hoeft niet op enige burgerrechten te rekenen, aangezien zijn land van herkomst weinig opheeft met diezelfde rechten. 

 

Willens nillens 

Het is een verlegen, met groene ogen begiftigde Italiaan die ons komt begroeten wanneer we in de studio van "Radio Italia Cina" verschijnen. Ons interview zal later in het Mandarijn worden vertaald, wordt ons verzekerd. We doen ons best om het plaatje "business-friendly" te houden: het recycleren van textiel is ook economisch interessant, maken we ons sterk, en biedt meer dan ecologische voordelen. Riccardo, de radiopresentator, knikt goedkeurend. Na de opnames vertelt hij ons fier dat de radio, nog maar een jaartje oud, de eerste is in Italië die zowel in het Italiaans en het Mandarijn uitzendt. "Hebben jullie dit ook in België en in de UK?," vraagt hij geïnteresseerd. Dan waait het gesprek over naar Riccardo's doelgroep, de 60.000 Mandarijnsprekende inwoners van Prato. "Ze zijn niet van plan terug naar China te gaan, hun leven is hier. Hun perfect tweetalige kinderen gaan hier naar school, en ze hebben hard gewerkt om een bedrijfje op poten te zetten," legt Riccardo uit. Hij glimlacht: "Hoe je het ook draait of keert, we zullen het met elkaar moeten doen hier in Prato."

 

"Heb je ooit overwogen in China te gaan wonen?" vraag ik Sara als we later in de schaduw van de Duomo aan een koffie nippen.  "Maar ik ben er nog nooit geweest!" roept ze spontaan verbaasd uit. "Het is soms moeilijk te begrijpen voor wie geen migratieachtergrond heeft, maar zelfs mijn grootmoeder heeft nooit een voet op Chinese bodem gezet. Ze werd geboren in Borneo, net als mijn grootvader. En mijn ouders ontmoetten elkaar in Engeland toen ze op de terugweg van het werk tegen elkaar aanreden!" 

We lachen om de anekdote. "Maar voor de buitenwacht blijf ik natuurlijk Chinees," voegt ze er nadenkend aan toe. "Toen we zonet onze dim sum bestelden in het restaurant, voelde ik me verlegen omdat ik slechts twee woorden Mandarijn spreek. Ik dacht, wat zal de dame niet van me denken? En dat zal wellicht niet zo gauw gaan veranderen." 

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

De kringloop loopt spaak: wie maakt het textiel van de toekomst?

November 15, 2018

Terug naar de circulaire economie: over voddenrapers en de dingen die voorbijgaan

September 18, 2018

1/11
Please reload

Alle rechten voorbehouden. Niets van de op deze website gepubliceerde gegevens mag worden verveelvoudigd, in enige vorm of op enige wijze, zonder uitdrukkelijke voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur. Contacteer crepedechine.blog@gmail.com 

  • White Twitter Icon
  • Grey Pinterest Icon